TERUG

Bron: Leidse Courant Dinsdag 2 april 1985  : Archieven.nl

 

Res. 1e Luitenant J.G. Gompelman
C.-4s 4 Res. Grens Compagnie

 

Mobilisatie herinneringen van een Leidenaar.

Naar aanleiding van het lezenswaardige verslag over de belevenissen van Maarten Jongkind, een oud militair van het 10e regiment Infanterie, in Leiden gelegerd in de mobilisatie, dacht ik dat het wel interessant zou zijn, iets over de 'Leidse jongens' in die spannende dagen van 1939 te vernemen. Ik wil graag een summier verslag doen van de belevenissen van een deel van de 4e Reserve Grens Compagnie, een buiten de normale sterkte vallend onderdeel van het 4e regiment Infanterie. Het maakte deel uit van dat z.g. Vuile Vierde, maar had een andere mobilisatiebestemming. Vandaar dat dit onderdeel op 11 april 1939, na de misdadige aanval van Hitler op Polen, met enkele andere kust- en grensbewakings detachementen, midden in de nacht werd gemobiliseerd.

De commandant van het vierde regiment, de overste Buurman, gaf opdracht telegrammen aan de daarvoor aangewezen dienstplichtigen te sturen en hen te gelasten onmiddellijk naar de Morspoortkazerne te komen.
Daar de overste op dat moment geen officieren ter beschikking had, viel mij de eer te beurt, een telefoontje van de overste persoonlijk te mogen ontvangen met het verzoek, onmiddellijk naar de kazerne te komen, daar ik in de Steenstraat woonde, dicht bij de kazerne. Hij zat nog zonder kader, zoals hij meedeelde. En zo schoot ik dan, om twee uur 's nachts, vanuit mijn pyjama in mijn uniform, mijn vrouw in angst en beven achter latend en de drogisterij aan haar toevertrouwend.

Toen het onderdeel in de loop van de nacht compleet was werd het in drie delen gesplitst, een deel naar Katwijk, een deel naar Noordwijk en een deel naar Zandvoort.
De eerstgenoemde onderdelen werden per tram vervoerd, het Zandvoortse deel ging naar de plaats van bestemming per trein. Mij viel de dubieuze eer te beurt, garnizoenscommandant van de luxe badplaats Zandvoort te mogen worden.

Ondanks het feit dat allen vrouw en kinderen zo plotseling in de steek hadden moeten laten, was de stemming niet slecht. Een ieder was ervan overtuigd dat Hitler en de zijnen wel bang zouden worden voor de bedreigingen van de Fransen en de Engelsen, zodat er voor de winter wel weer een demobilisatie zou plaatsvinden.
Helaas bleek dit een ijdele hoop te zijn, zoals velen hebben ondervonden.

Aangezien mijn onderdeel zelf voor voeding moest zorgen was de vleesleverancier een Zandvoortse slager, zo verheugd mat de klandizie, dat hij mijn mannen pers een geschenk wilde aanbieden. Hun keuze viel op een bokje, dat spoedig de naam van de de regimentsbok Teuntje droeg, de naam van een der vrolijkste onder mijn manschappen.

De echte Teuntje staat rechtsboven op de foto. Het diertje op de afbeelding door mij vastgehouden werd zo getraind dat het tenslotte bij marsoefeningen mee marcheerde achter de tamboer, om zijn hals een lint in de Zandvoortse kleuren.

Toen de algehele mobilisatie uitbrak, werd het onderdeeltje overgeplaatst naar Noordwijk en in het Casino ondergebracht. Er braken spannende dagen aan. Geen burgers meer op het strand, 's nachts jagen op strandjutters, versterkingen bouwen in de duinreep, dag en nacht patrouille lopen, aangespoelde mijnen verankeren, zes uur op en af, zoals dat heette. Toen begon de oververmoeidheid een rol te spelen, dus twee maanden naar Den Haag om wat uit te rusten.

Daarna ging de vierde sectie onder mijn leiding naar de Wassenaarseslag. We werden ondergebracht in Hotel Duinoord, altijd nog aanwezig. Het is misschien wel interessant om wat dieper in te gaan op de belevenissen aldaar, die ook velen in deze tijd tot nadenken moet stemmen.

De 4e Reserve Grens Compagnie aan de Wassenaarse Slag.
Tweede man van links lijkt een vaandrig

In de eerste plaats de bewapening. Het parool vr 1938, geen man en geen cent, bleek haar invloed op de bewapening niet gemist te hebben. Het is toch een onverantwoordelijke misdaad van de toenmalige heren in Den Haag geweest, dat we werden bewapend met o.a. lichte mitrailleurs van het model M20, een aftands wapen uit de eerste Wereldoorlog. Na n vuurstoot van hoogstens twee drie schoten, weigerde het mechanisme omdat het vol zand zat. Een klacht, mijnerzijds, gericht tot de staf van de commandant Vesting Holland, waartoe ons onderdeel behoorde, werd afgedaan met een brief, waarin werd aanbevolen, het mechanisme met vette lappen te omwinden, om zo het instuiven van zand tegen te gaan. Na een proef bleek dat er geen enkele beweging meer in te krijgen was.

Een ander voorbeeld. Een schriftelijke opdracht van bovengenoemde commandant Vesting Holland om hem te berichten hoe ik dacht het strand zodanig te versperren dat het voor vijandelijke vliegtuigen onmogelijk zou zijn om te landen. Mijn voorstel luidde: Palen van de duinreep tot de waterlijn in de grond slaan om de vijftig meter. Het antwoord luidde: Prima plan, begin onmiddellijk aan de uitwerking. En daar sjouwden mijn mannen dan met de palen. Er stond al een rij op de door mij aangewezen plaatsen, toen ik bezoek kreeg van een opzichter van Staatsbosbeheer. Hij vroeg mij wat dat alles te betekenen had. 'Denkt u er aan dat dit alles Rijkseigendom is'. Ik antwoordde: "dat ben ik momenteel ook, maak nu maar dat u weg komt." Hij verdween, maar na een half uur kreeg ik telefonisch bericht van de Staf dat ik de boomstammen onmiddellijk terug moest laten brengen naar de plaats waar ze vandaan kwamen. Befehl ist Befehel en zo werden de palen, onder groot gemopper van mijn soldaten, weer teruggebracht over het prikkeldraad van Staatsbosbeheer.

Twee weken later landden een aantal Junker transportvliegtuigen bij ons op het strand, de enige plek langs onze kust waar de overweldigers landden. Na een gevecht dat uren duurde, kregen wij vuur in de rug. Mijn eerste gedachte was, "we zijn ingesloten, de zaak is voor ons verloren". Twee van mijn verkenners kwamen met het bericht terug, dat het onze eigen motor-huzaren uit Wassenaar waren, die ons beschoten, denkende dat wij Duitsers waren. Hun commandant noch zijn staf wisten dat onze eigen troepen daar lagen. De Duitsers, bewapend met het modernste materiaal, waarbij ons opviel dat de machinegeweren nog prima functioneerden na een val in het zand, zagen geen kans verder op te rukken. Later is ons gebleken dat zij onze bok Teuntje geslacht hadden om aan voedsel te komen. De slogan 'geen man en geen cent' heeft velen van ons nadien slapeloze nachten gekost. Voor mij blijft de vraag: Hebben we nog niet geleerd?

J.G. Gompelman.
Voormalig res. Kapitein.

 


 

4e Reserve Grenscompagnie.
Detachement Wassenaarse slag.

Gevechtsbericht van de gevechten op 10, 11, 12, 13 en 14 Mei 1940.

Algemene opdracht :
Met een sectie tirailleurs landing vanuit zee beletten. Voortdurende patrouillegang in het vak zowel aan landzijde als aan zeezijde. Waken tegen het dalen van parachutisten en het landen van vliegtuigen op het strand.

9 mei 1940 22.30 uur.
Opdracht van C.-Groep Leiden:
Op 10 Mei 03.00 alarmopstellingen innemen
Uitvoering: Om 03.00 alarmopstelling ingenomen

9 mei 1940 23.00 uur.
Opdracht C.-Groep Leiden:
Overtuig U bij telefonische bevelen van den stem van den opdrachtgever. Wij ontvangen gereld verwarrende berichten.
Uitvoering: Opdracht uitgevoerd.

10 mei 1940 03.30 uur.
Melding Groepscommandant: Sergeant Broeksema met 1 Groep. Ongeveer 15 vliegtuigen dalen op het strand. Zendt onmiddellijk hulp.
Uitvoering: Door snel besetten van duinreep door tegenstander, geen tijdige hulp meer kunnen verlenen.

10 mei 1940 03.35 uur.
Groepscommandant Sgt. Broeksema met zijn groep krijgsgevangen gemaakt.

10 mei 1940 15.00 uur.
Opdracht C.-I-RHM:
Onmiddellijk terugtrekken op de Klip. Meldt U bij Ritmeester Ilcken van 1RHM te Wassenaar.
Uitvoering: Opdracht uitgevoerd.

10 mei 1940 15.30 uur.
Opdracht van Ritm. Ilcken van 1RHM: Dek li. vleugel van mijn opstelling tegen vijandelijke parachutisten, die onze richting optrekken.
Uitvoering: Stelling genomen in de boschrand aan Noordz. Wass.Sl. ter hoogte van de Klip.

10 mei 1940 16.00 uur.
Opdracht van Ritm. Ilcken van 1RHM: Meldt U met Uw onderdeel bij Kapt. Kalkoen van het Luchtvaartbedrijf te Wassenaar. Daar weder verband met mij opnemen.
Uitvoering: Opdracht uitgevoerd.

10 mei 1940 17.00 uur.
Opdracht van Ritm. Ilcken van 1RHM: In samenwerking met mijn S.zw.mitr. Watertoren te Wassenaar onder vuur nemen. In watertoren bevinden zich Duitsche tr. met zw.mitrailleurs.
Uitvoering: Vuur uitgebracht met 2 mitr. M20 op platform watertoren. De afstand tot de watertoren was te groot om met de lt.mitr. resultaat te bereiken.

10 mei 1940 17.30 uur.
Opdracht van Ritm. Ilcken van 1RHM: U meldt zich wederom bij Kapt. Kalkoen te Wassenaar en stelt zich onder zijn bevelen.
Uitvering: Opdracht uitgevoerd.

10 mei 1940 18.00 uur.
Opdracht van Kapt. Kalkoen van het Luchtvaartbedrijf: U meldt zich met Uw onderdeel bij den 1e Luitenant Westenbrink van 3-II-1R.I. te Wassenaar en stelt zich onder zijn bevelen.
Uitvoering: Opdracht uitgevoerd.

10 mei 1940 18.15 uur.
Opdracht van Luit. Westenbrink van 3-II-1R.I.:U gaat gedekt voorwaarts door het bosch, liggende ten Oosten van de Watertoren. Terrein zuiveren van weerstanden. Oostzijde Watertoren afsluiten. Ik bevind mij rechts van U.
Uitvoering: In tirailleurslinie bosch doorschreden en voet Watertoren bereikt.

10 mei 1940 19.00 uur.
Opdracht van luit. Westenbrink van 3-II-1R.I.: Onmiddelijk terugtrekken op Wassenaar. Terugtocht in de rug dekken.
Uitvoering: Opdracht uitgevoerd.

10 mei 1940 20.00 uur.
Opdracht van 1e luit. Westenbrink van 3-II-1R.I.: Terugtrekken berust op een misverstand. Onmiddellijk de oorspronkelijke opdracht uitvoeren.
Uitvoering: Opdracht uitgevoerd.

10 mei 1940 22.00 uur.
Opdracht van 1e luit. Westenbrink van 3-II-1R.I.: In samenwerking met mij zoo mogelijk Watertoren bezetten.
Uitvoering: Patrouille door mij uitgezonden die bij terugkomst meldde, dat de Watertoren verlaten was. Daarna onmiddellijk de Watertoren bezet en de omgeving in staat van verdediging gebracht.

10 mei 1940 24.00 uur.
Opdracht van luit. Westenbrink van 3-II-1R.I.: Watertoren tot elken prijs behouden. Opdringende vijand zoveel mogelijk vanaf de toren onder vuur nemen. Uiterste waakzaamheid betrachten bij nacht ten aanzien van overrompeling.
Uitvoering: Steun gevraagd van zw. mitr. Deze steun ontvangen van sectie van MC-III-1R.I.. Detachement Wass.Slag stelling laten nemen aan Noord- en Oostzijde van Watertoren.

Bijzondere Mededeeling:
Op 10 mei 1940 was de bezetting aan de Wassenaarse Slag zeer zwak. Slechts 1 groep was in de stellingen, de beide overige groepen werden gebruikt voor patrouille en wachten.
Om ongeveer 03.30 uur zijn op het strand ter plaatse waar de stellingen zich bevinden ongeveer 15 vliegtuigen met troepentransporten geland. Aangezien zich op het strand geen enkele hindernis bevond, bracht dit voor den tegenstander geen moeilijkheden met zich. aangezien mijn commandopost zich 1 Km landwaarts bevond, is het mij niet mogelijk geweest persoonlijk het strand te bereiken. Onder mijn persoonlijk leiding zijn inderhaast de patrouilles en wachten verzameld, waarna ik voorwaarts ben gegaan.
Op +/- 200 m. van het strand werden wij door vijandelijk mitr. vuur en vuur uit vijandelijke vliegtuigen tot staan gebracht. Daarna zijn wij man voor man teruggetrokken tot de vlakte liggende om Hotel Duinoord ter verkrijging van een beter schootsveld. Hier werd door ons een nieuwe stelling bezet. de tegenstander, die vermoedelijk 200 man sterk was, heeft tengevolge van het uitgebrachte vuur geen pogingen gedaan op dit punt voorwaarts te gaan, maar heeft met een gedeelte van zijn strijdkrachten waarschijnlijk links en rechts van ons in de duinen begeven.
Wat de M.K.W. post betreft, deze is bij de landing van de Duitsche vliegtuigen onmiddellijk teruggetrokken, zonder mij te waarschuwen. Enkele matrozen onder Sergt. van Dijk en het genie-personeel zijn op mijn bevel ter plaatse van mijn stelling gebleven om de sterkte te vergrooten.
Om 13.00 uur meldde zich bij mij een ordonnans van den Commandant 1RHM die mij verzocht mij persoonlijk te melden bij voornoemde Commandant. Ik was verplicht het commando voor korten tijd over te dragen aan Sergeant de Koning van mijn onderdeel. Mij gemeld hebbende bij voornoemden Commandant gaf mij deze mij de opdracht ter plaatse waar ik mij bevond stand te houden. Mij werd de steun van een Compagnie Infanterie toegezegd. Deze steun is door mij niet ontvangen.
De opdracht van het standhouden is uitgevoerd totdat ik om 15.00 bericht ontving met de meesten spoed terug te trekken en mij te melden bij Ritmeester Ilcken van 1RHM

De Commandant Det. Wass. Slag
de 1e Luitenant
J.G Gompelman

 


 

April 1950.
Aanvulling op de gevechtsberichten van de gevechten tusschen 10 en 14 mei 1940 Detachement Wass. Slag den 4e Res. Grens Cie.

Aangezien het ondergetekende na 10 jaren niet meer mogelijk is, een juiste tijds en plaats bepaling op te geven van de oorlogshandelingen in 1940, en het hem dus eveneens onmogelijk is, een goed geformuleerd gevechtsbericht te geven, volgen hieronder enkele feiten, die vermoedelijk eenig inzicht zullen geven in de gang van zaken op bovengenoemde dagen.

Nadat op 10 mei 1940 om 24.00 de stellingen rond de watertoren werden bezet door een sectie van 3-II-1R.I. en 2 groepen van Det. Wass. Slag der 4e Res. Grens Cie., versterkt door een sectie van MC-III-1R.I., verliep de nacht zonder bijzonderheden.

11 mei 1940.
Des morgens viel de watertoren en omgeving onder licht art. vuur. Een uitgezonden patrouille berichtte, dat een Nederl. stuk pag. bediend door vij. soldaten vanaf Hotel Duinoord de toren onder vuur nam. De beschieting duurde +/- 15 min. zonder noemenswaardige uitwerking te hebben gehad.
Des middag werd door ons per ordonnans bericht ontvangen van C.-???, U bevindt zich in voorste lijn. Blijft ter plaatse tot nadere bevelen volgen. (Vermoedelijk was dit bevel van C.-II-1R.I.)
Daarop werd door ons besloten een officierspatrouille uit te zenden om het voorterrein grondig te verkennen.
De patrouillegang werd uitgevoerd door 5 man met lt. mitr. onder mijn leiding. Er volgde een ontmoeting met een vij. patr. , die drie man sterk was. Bij nadering van de onzen verdween deze patrouille in de bosschen van Duinrel. De dag verliep verder rustig.

12 mei '40
Ontvingen wij bevel, ons gereed te houden voor een aanval, die ten doel had, de duinen te zuiveren. Enige uren later ontvingen wij bericht, gele lappen uit te leggen in de frontlijn, daar steun werd verwacht van Eng. vliegtuigen. Wat later volde het bericht, de lappen in te nemen, daar dit misleiding was geweest. Behalve de normale patrouillegang, verder geen bijzonderheden.

13 mei '40
Behalve de normale patrouillegang, geen bijzonderheden. Bevelvoor een aanval nog steeds niet ontvangen. Soldaten doodop van vermoeienis. Maaltijden konden niet worden genuttigd aangezien wij, voor ons gevoel, vergeten waren. Bij enkele burgers wat voedsel verzameld.

14 mei '40
's Morgens normale patrouillegang. Geen bijzonderheden. Een keukenwagen weet ons te bereiken en verschaft de manschappen een warme maaltijd.
's Middag vervoegde zich bij mij een majoor der Veld art. Deze deelde mij mede, opdracht te hebben ontvangen met twee stukken houwitser het z.g. Roode dorp onder vuur te nemen. Hij verzocht mij toegang tot de toren. Nadat hij zich had gelegitimeerd werd toegang verleend. Na zijn verkenning te hebben verricht, verzocht hij mij aan het H.K. een telefoon aan te vragen, daar hij de toren als uitkijkpost wilde benutten. De telefoon werd door mij aangevraagd. Generaal ...?? stond mij persoonlijk te woord en deelde mij mede, dat de telefoon niet meer kwam, daar de capitulatie binnen enkele uren een feit zou worden. Door mij werd toen sabotage verondersteld. Wederom belde ik en kreeg hetzelfde antwoord. Om ongeveer 19.00 uur ontving ik telefonisch bericht van C.4e Res. G.C.: "de capitulatie zou om ....? uur ingaan. Dit was het eerste contact met mijn onmiddellijke chef na de 10e Mei.