TERUG

Dpl. B. Zuiderhof.

Vbd.A.-3-I-9R.I.

 

 

Verklaring afgelegd door de dpl.soldaat B.Zuiderhuf van 3-I-9R.I., enz. enz in de 357e Vergadering der Commissie Militaire Onderscheidingen d.d. 27 Februari 1950.

Ik was als seiner ingedeeld bij de specialisten-sectie van de compagnie, welke onder commando van sergeant Schuurmans stond.

In het gevecht was fourier van der Werf ook bij onze sectie. Hij heeft met een geweer bewapend meegevochten. Hij is flink opgetreden bij het doorzoeken van huizen waarin Duitsers konden zitten. Na afloop van de actie tegen Valkenburg heb ik de sergeant-fourier weer teruggezien halverwege Katwijk.
Van onze sectiecommandant hebben wij nooit orders gekregen. Toen ik een andere sectie voorwaarts zag gaan, ben ik meegegaan omdat ik mij wilde wreken over het sneuvelen van mijn beste vriend op 10 Mei bij Oegstgeest.

In de voorste lijn hadden wij veel hinder van vijandelijk vuur. Wij stonden hierdoor achter een bollenschuur en overlegden wat te doen. De Majoor van der Schee kwam bij ons en zei, "Mannen, naar voren, laat je makkers niet in de steek." Ik antwoordde, dat wij niet om de schuur heen konden gaan daar wij dan steeds onder vuur kwamen. De Majoor kwam dichterbij ons om de situatie te bekijken. Meteen barstte het vijandelijke vuur weer los. Twee korporaals, die in de schuur stonden, werden hierdoor getroffen.

Kapitein Smits, die ook in de omgeving aanwezig was en die vrij overstuur was, meende dat de Duitsers in de schuur zaten. Hij gaf daarom bevel handgranaten naar binnen te werpen. Ik  riep de Kapitein toe, dat hij dit niet moest doen daar er gewonden binnen lagen. Hij luisterde neit en liet toch de handgranaten werpen. Hierdoor zijn de gewonden nog erger gewond geraakt. Toen de gewonden in de schuur vielen, zei Majoor van der Schee tegen mij, dat ik deze mensen getroffen had. Even later floten weer een aantal kogels vlak langs de Majoor. Hierdoor was hij overtuigd, dat wij met vijandelijk vuur te doen hadden. Wij konden echter maar niet ontdekken waar de Duitse opstelling was.

Enige mensen, waaronder ik, zijn een huis binnengegaan met de bedoeling vanaf de bovenverdieping het voorterrein te verkennen. De kogels floten door het huis en terwijl wij de trap opgingen, werd hierin een grrot gat geslagen. Wij zijn teruggegaan en hebben dit aan de Majoor gemeld.

Ik heb getracht om langs de schuur naar een tulpenveld te komen om vandaar de vijand te kunnen observeren. Een dokter kwam met de Rode-Kruiswagen om de gewonde korporaals op te halen. Hij bood mij geld aan als ik de gewonden uit de schuur haalde. Ik heb gezegd, dat dit zonder meer onmogelijk was. Ik ben het bollenveld ingegaan met een brok beton als dekking voor mij. Op het hoogste punt aangekomen kon ik de Duitse opstelling onderscheiden. Ik heb dit mitrailleursnest onder vuur genomen. Terwijl ik vuurde, moesten de Duitsers zich dekken en konden onze mensen de gewonden ophalen.

Daar ik het vijandelijke nest wilde opruimen, heb ik versterking gevraagd. Ik kreeg 8 man met een mitrailleur. Terwijl ik vuurde, konden zij een sprongetje voorwaarts maken. Toen zij op korte afstand voor mij waren, bleken zij gebrek aan munitie te hebben. En man werd teruggezonden om aanvulling te halen. Deze is echter niet teruggekomen.\Wij kregen opdracht om voor de nacht 200 meter terug te trekken. Ik heb de mensen voor mij weer met vuur gedekt, terwijl ze teruggingen. Ik ben ter plaatse blijven vuren tot mijn munitie haast op was. Daarna ben ik onder dekking van de duisternis teruggegaan. Op de afgesproken plaats aangekomen trof ik niemand meer aan. Daar ik alleen niets kon bereiken ben ik mijn mensen weer gaan opzoeken. Op de weg naar Katwijk-Binnen vond ik Majoor van der Schee met 25 30 man waaronder ook de 8 die bij mij hadden gelegen. Ik maakte verwijten, dat ze mij in de steek hadden gelaten en dat ze het veroverde terrein zonder meer prijs gaven. De Majoor foeterde hen uit. Op dat moment viel er een schot. Allen gingen aan de haal. Ik ben in dekking gegaan om te zien wat er verder zou gebeuren. Toen er niets gebeurde ben ik ook naar Katwijk gegaan waar allen bij de keukenwagen zaten te eten.

Vaandrig van Elsen was flink. Kapitein Smits was al spoedig zodanig overstuur, dat hij het commando over zijn compagnie niet meer kon voeren. Onze Luitenant werd met zijn sectie naar een ander punt gezonden. Hierdoor moest de Vaandrig het commando over de compagnie op zich nemen. Ik heb zelf weinig van zijn optreden gezien. Van anderen heb ik gehoord, dat de Vaandrig erg flink was.

Fourier van der Werf vond ik flink omdat hij als bureauman mee ging naar voren. Van het optreden van Spriensma heb ik niets gezien. Majoor van der Schee gedroeg zich als een beroepsofficier. Luitenant Nout was eveneens flink. Van het optreden van de sergeanten Schuurmans en Valk heb ik niets gezien. Sergeant van der Werff moest met 8 man naar voren in opdracht van Majoor van der Schee. Terwijl ze oprukten, werden ze door een officier, die gedekt achter een muur stond, toegeschreeuwd, dat ze sneller moesten opschieten. Ik zag dit en ik heb de officier gezegd, dat hij als hij een kerel was uit de dekking moest komen en zelf voorp moest gaan. Hierop is hij vertrokken.

's-Gravenhage, 27 Februari 1950.
B. Zuiderhof.