TERUG

Ans van der Walle.

BRON :OPMAAT MEI 1998.

 

EHBO verpleegster Valkenburg .

Mijn littekens zijn mijn eretekens!

"Wat wisten wij nou van oorlog? We hadden er toch niet het flauwste benul van?
Ik werkte op de tiende mei 1940 als tweedejaars op Heelkunde in het Academisch Ziekenhuis Leiden. Negentien was ik. Op tien mei kreeg het ziekenhuis een telefoontje uit Valkenburg, waar ik woonde, dat er verpleegsters nodig waren voor EHBO werk. De Duitsers waren er in de vroege morgen geland en er werd zwaar gevochten. Er waren doden en gewonden. Het dorp werd geŽvacueerd.
Met nog drie jonge verpleegsters meldde ik mij spontaan aan. We reden op onze fietsen naar Valkenburg. Het was een enorme chaos. Overal brandde het. Oorverdovend lawaai van geschut en van geweervuur. EHBO'ers sleepten bedden en matrassen uit de verlaten huizen. Die gingen naar het schooltje, ons noodhospitaal. Er was inderhaast een groot rood kruis op de muur gekalkt. Als tweedejaars in een ziekenhuis heb je nog niet veel meegemaakt. Maar nu kreeg ik op mijn eerste werkdag in oorlogstijd met zwaargewonde soldaten te maken. Ze werden in de klaslokalen op de bedden gelegd. Lichtgewonden gingen op matrassen op de grond. Wat kon ik voor die stakkers doen? Ze troosten, ze in mijn armen nemen en begrip tonen als ze om hun moeder riepen.
De doden, het waren er in de eerste dag wel tien, lagen in de gangen. Duitsers en Nederlanders."

Operatiezuster.

"Ik werd aangesteld als hulp van een wat oudere Oostenrijkse legerarts, die in de pastorie van de dominee spoedoperaties uitvoerde. amputaties vooral. Ik had nog nooit een operatie meegemaakt. Nu stond ik daar opeens met een geamputeerd been in mijn handen. 'Wat moet ik hiermee?' vroeg ik, 'gooi maar ergens neer!' zei de arts.
Veel operatiepatiŽnten kregen koudvuur en stierven alsnog. Het was een hel.
Op de laatste oorlogsdag gingen mijn drie collega's en ik de stellingen in om gewonden op te halen. Ik zat met een zwaargewonde jongen in mijn armen toen er een voltreffer kwam.
Mijn drie collega's waren op slag dood. Ik werd zwaar gewond naar het Academisch Ziekenhuis gebracht, waar ze me niet eens meer herkenden. Ik had acht zware verwondingen en begon mijn leven als invalide. Dat ben ik nu nog. Wat oorlog is hoef je me niet meer te vertellen."

Duits bezoek.

"Ik lag drie maanden in het ziekenhuis toen ik bezoek kreeg van een Duitse legerarts, die een dame bij zich had. Haar zoon was in de meidagen in ons hospitaaltje overleden. Zij wilde weten of hij als een held gestorven was. Ik knikte van ja.
'Danke schŲn,' zei die dame. Ze legde een biljet van vijf mark op mijn nachtkastje neer en verdween.
Omdat ik in mei 1940 formeel 'hospik' was, heb ik nadien de status van militair en een militair pensioen gekregen. Behalve het Oorlogsgewondenkruis is mij nooit een onderscheiding toegekend.
Mijn acht  littekens zijn mijn eretekens.

AUTEUR : TOM KOOPMAN.